From Scratch

DAF YP-408 voor scratchbuilders door Arne Poirot


Een sahara-geel gespoten en geheel gereviseerde YP408 voor het Portugese leger.
Ik was al een tijd op zoek naar goede tekeningen van de YP-408, met de bedoeling om hiervan ooit zelf een model te bouwen. Omdat deze tekeningen nergens te vinden waren, heb ik voor het schrijven van dit artikel (in de zomer van 1992) een bezoek gebracht aan het toenmalige 573 Verzamelplaats te Amersfoort. Hier stonden toen nog ruim honderd overtollige YP's te wachten, op de sloper c.q. Rijks Domeinen aan de andere kant van het hek. Want, met uitzondering van 18 voertuigen die verkocht zijn aan het Portugese leger, is het doek definitief gevallen voor dit toch wel zeer populaire voertuig, dat zichzelf heeft overleefd.

Hoewel ik nog niet met een model ben begonnen, leek het mij leuk de tekening nu al te publiceren. Wellicht brengt het meer bouwers op een goed idee en staat er volgend jaar een peloton YP's bij de wedstrijd. Het uittekenen van het voertuig was een noodzakelijk en zeer tijdrovend werkje. Een goede start leken de tekeningen uit 'Das kleine Panzerbuch’ van F.M. von Senger (1960). Bij nader inzien klopte hier echter niet veel van, zodat ik helemaal geen aanknopingspunt meer had. Aan de hand van zo'n 40 detailfoto's, anderhalf uur met de meetlat over en onder het voertuig kruipen en vele uren uitwerken, ontstonden mijn tekeningen. Het loopwerk bezorgde mij de meeste problemen. Nog steeds ontdek ik hier en daar details die nergens goed op terug te vinden zijn.
De YP408 uit "Das kleine Panzerbuch" : vol fouten.

Aangezien de YP408 uitputtend is beschreven in het jubileum nummer van juni 1990 van DE TANK kunnen de technische details achterwege blijven. Wie bijvoorbeeld alles wil weten van de Hercules JXLD 6-cilinder benzinemotor die is vervangen door de 165 pk DAF DS575 kop-klep dieselmotor, slaat nummer 90 er nog maar eens op na. Persoonlijk vind ik de YP gewoon mooi om te zien. Door de overzichtelijke constructie en de stoere neus heeft de YP "smoel". In mijn herinnering was de YP, in tegenstelling tot zijn opvolger, de YPR765, een stil voertuig dat gemakkelijk gebruikt kon worden en waarmee je bij vrijwel iedere Duitse boer op zijn erf mocht. De grotere terreinvaardigheid en technische kwaliteiten van de YPR deden de YP wat verbleken. Zo moest op kleiachtige bodem bij iedere YP die in een romp-gedekte opstelling stond, standaard de sleepketting geplaatst zijn. Het was namelijk nooit zeker of de YP wel op eigen kracht tegen het glibberige hellinkje zou kunnen opklimmen!

In het gebruik, het brandstofverbruik en het onderhoud was het een verbetering t.o.v. zijn voorganger, de AMX. Doordat het als wielvoertuig zonder begeleiding van de Marechaussee op de openbare weg mocht, waren de oefenmogelijkheden groter. Menige YP is bij de Genie aan een triest einde gekomen. Hier werden zij namelijk gebruikt voor het (instructief) bepalen van het effect van verschillende mijnen op pantserwagens en het leren bergen van pantservoertuigen uit o.a. wegkrateringen.
Terug uit Libanon, wachten op de sloop

De bijzondere wielophanging van de YP wordt het duidelijkst bij een zijaanzicht van de YA-328

Vooral de voertuigen die op een mijn "gereden" zijn, zijn interessant om te bestuderen. De grote loopwielen zijn dan namelijk verdwenen, waardoor de wielophanging en de aandrijving goed zichtbaar zijn. Bij het ontwerp van de wagen heeft men gebruik gemaakt van een groot aantal componenten en onderdelen van de reeds bestaande vrachtwagen YA-328. De 8x6 aangedreven YP-4O8 heeft dezelfde zes-wiel aandrijving als de YA-328, met dit verschil dat de reservewielen (het tweede stel wielen van vooraf geteld) nu niet meer als steunwielen dienst doen, maar als niet aangedreven loop-wielen zijn opgenomen. Naast de twee aangedreven voorwielen zijn ook deze twee loopwielen bestuurbaar. Wie een model van de YP-408 wil bouwen, doet er goed aan zich te verdiepen in de YA-328

Er zijn acht uitvoeringen van de YP408 in gebruik geweest: het groepsvoertuig, het commandovoertuig in twee uitvoeringen, de mortiertrekker en voorts het gewondentransport-, het vracht-, het radar- en het anti-tank (TOW) voertuig. Uiterlijk verschilden zij weinig van elkaar. De bewapening varieerde van "geen" op het gewondentransportvoertuig, een mitrailleur MAG 7,62 mm op de commando-uitvoering, een .50 op bij voorbeeld een groepsvoertuig tot een TOW-installatie op het anti-tankvoertuig.
Gereed voor verschroting

Na een bouwtijd van drieënhalf jaar is hij eindelijk klaar en het resultaat overtreft de verwachtingen van de bouwer! In dit artikel worden algemene bouwtips gegeven. Zij worden toegespitst op de problemen en de oplossingen die gepaard gingen met het opmeten, het uittekenen, het bouwen en tenslotte met het inkleuren van het meest typisch Nederlandse voertuig dat de Koninklijke Landmacht heeft gediend: de YP-408.

Een goede tekening van het origineel is essentieel voor een betrouwbaar model. Na enige jaren te hebben gezocht naar bruikbare tekeningen realiseerde ik mij dat ik deze tekeningen zelf zou moeten maken. Na het volledig opmeten en fotograferen van enkele YP’s-408, in september 1992, verschenen mijn werktekeningen in nummer 101 (april 1993) van DE TANK. Dit was het eerste artikel over dit scratch-build project. Hoewel aan de tekeningen grote zorg was besteed (er waren zo’n 40 detailfoto’s bij gebruikt) waren er (uiteraard) TWENOT leden die nog een aanvulling wisten te geven. Als meest noemenswaardige reactie werden kopieën van originele tekeningen van DAF toegezonden. Met degelijke tekeningen én met goed fotomateriaal kon met een gerust hart worden gestart.

De kale romp van het model was meteen al een behoorlijke uitdaging. De romp lijkt eenvoudig maar de problemen worden veroorzaakt door de vele vlakken die zich in de wielkasten bevinden. Bovendien staan al deze vlakken schuin afgebeeld op de tekeningen zodat het erg moeilijk is om ze in de juiste vorm uit te snijden. Wijs geworden had ik mij al voorgenomen om niet te sjoemelen met zaken die je bijna niet ziet. Vroeg of laat kom je tenslotte in de problemen als onderdelen net niet passen of als het er toch niet goed uit ziet. Uiteindelijk bestond de romp uit zo’n 45 grote en kleine vlakken die op enige manier schuin aan elkaar verbonden moesten worden. De grote kunst bleek uiteindelijk om vlakken die evenwijdig aan elkaar moeten zitten, ook zo gemonteerd te krijgen. Hier ondervond ik veel plezier van een speciaal gebouwd bokje. (zie foto 2.) Door tekeningen van het voor- zij- en bovenaanzicht in een klein kistje te plakken kon eenvoudig met het oog en met de schuifmaat worden gecontroleerd of de vlakken op de juiste plaats zakken.

Foto 2

De wielophanging en de bijbehorende drijfassen en stuurstangen zijn op een onduidelijke manier aan elkaar verbonden. Foto’s en tekeningen geven hierbij geen helder inzicht. Zoals beschreven in het nummer van april 1993 is de YP-408 afgeleid van de vrachtauto YA-328. Pas nadat ik langs de kant van een weg een YA-328 van een dumphandelaar kon bestuderen werd mij duidelijk hoe de vele assen en stangen aan elkaar moesten komen te zitten.

De assen moesten al in een vroeg stadium nauwkeurig worden geplaatst waarbij de wielen pas zeer laat bevestigd kunnen worden. Dit komt doordat aan de assen allerlei onderdelen moeten worden bevestigd. In de beperkte ruimte tussen de wielen en de romp moest dus regelmatig gepast en gemeten worden. Hiervoor zijn, met de juiste onderlinge afstand en op de juiste hoogte, messing buisjes (ø 4 mm) dwars door het bokje geschoven. In de romp zijn iets te ruime uitsparingen voor deze asjes vrijgelaten. Nadat de romp precies op de juiste manier in het bokje was geplaatst konden de buisjes worden vastgezet door de naad tussen de romp en de buisjes vol te gieten met kunsthars. Later zouden de wielen worden voorzien van een kort, messing asje dat precies in de buisjes past. Hiermee was het mogelijk om de wielen naar behoeven te plaatsen en te verwijderen.
Tijdens de bouw van de romp moest het interieur van de bestuurder en de schutter worden gebouwd en geschilderd. Om te voorkomen dat het interieur tijdens de afwerking opnieuw wordt mee gespoten sloot ik het af met een pluk tissue.

De acht loopwielen vormen een project op zich zelf. Wielen van een dergelijke omvang zijn moeilijk te kopiëren van een andere kit. Met de nodige aanpassingen kon gelukkig een wiel van de Long Tom als basis dienen. Van dit origineel heb ik zeven kopieën gemaakt. Ik ben na enig experimenteren uitgekomen op de onderstaande techniek.

Het maken van een rubber mal is niet zo’n probleem. Van mijn tandarts heb ik hiervoor een tweecomponenten rubber gekregen. (L-catalist en L-Base van het merk Provil, van Bayer) Dit is het soort rubber waarin je moet happen voor het aanmeten van een kunstgebit. Het werkt snel, is sterk, vormt zeer precies af en is tegelijk elastisch zodat het makkelijk lost. Een laatste voordeel is dat het geleverd wordt in kleine hoeveelheden zodat je na afronding van je project niet met de restanten van een kilo-blik blijft zitten. Met Lego-blokjes maak je een bakje van ± 5 x 5 Cm. Hierin giet je een laagje rubber van 2 cm dik en daarin laat je het wiel zo ver zinken dat het net niet geheel onder gaat. (de buitenkant van het wiel naar beneden!) Als het is uitgehard maak je een paar inkepingen in het rubber. Bij het gieten van de tweede helft ontstaan dan bobbels waardoor de twee helften maar op één manier op elkaar passen. Vervolgens smeer je het oppervlak dun in met naaimachine-olie zodat een tweede laag rubber niet hecht aan de eerste. Tot slot giet je de tweede helft van de mal.

De wielen zelf zijn gemaakt van polyesterhars van Alabastine. Het is materiaal dat je vindt in elke auto-doe-het-zelf-winkel. Aan twee delen hars heb ik één deel holle glasparels toegevoegd (Poxan-20 van het merk Greven). Dit materiaal ziet er uit als poedersuiker en is erg licht (0,18 g/cm3). Het zorgt er voor dat het materiaal goed te schuren en niet te zwaar wordt. Bovendien ontstaat die mooie roomwitte kleur die we verwachten bij resin delen. Tegenwoordig is de harder van Alabastine ook wit zodat de onderdelen er aantrekkelijk uitzien. Let op! Eerst de hars en de Poxan goed mengen, daarna de harder pas toevoegen.De stroperige massa smeer ik, met een lucifertje, druppelsgewijs in de helften van de mal. Met een tandenstoker wrijf ik het in alle hoeken en naden van de binnenkant van de mal om zo te voorkomen dat er luchtbelletjes blijven zitten. Ook de andere helft van de mal wordt ingesmeerd maar omdat het de achterkant van het wiel vormt, komt het daar iets minder nauw. Als de twee mallen geheel zijn ingesmeerd kan de eerste verder worden gevuld met hars. Ik doe er iets te veel in. Als de tweede helft van de mal wordt geplaatst op de eerste, wordt het overschot weg geperst. Ook hierdoor worden luchtbellen voorkomen. Na een kwartier is het geheel uitgehard maar zijn de delen nog kleverig. Door ze even door de Poxan te halen kleeft aan alle plakkende delen wat poeder en wordt de kleverigheid geabsorbeerd. Ieder wiel moest uiteraard nauwkeurig worden opgeschoond met schuurpapier en met het slijpsteentje. Tenslotte is met een klein cirkelzaagje (ø 14 mm) het profiel in alle wieltjes geslepen.

Het model van de mortier 120-mm is van ADV. Ik heb het bij toeval gekocht tijdens Euro Militaire `94 en in Nederland heb ik het nog nooit gezien. Deze vondst maakte een bijzondere variant van de YP voor de hand liggend. De mortiertrekker is uitgerust met een trekhaak en met drie deuren aan de achterzijde in plaats van twee. Het modelletje is mooi uitgevoerd en met enkele kleine aanpassingen zeer goed bruikbaar.

Afwerking van het geheel was eigenlijk redelijk recht toe recht aan. Enkele onderdelen moesten van andere kits moesten worden gekopieerd, zoals de richtingaanwijzers, de hangsloten, de koplampen en het gereedschap. Hiervoor werd dezelfde techniek gebruikt als die waarmee de wielen zijn gemaakt. Het bleek overigens ook mogelijk om de rubber mal slechts uit één klompje rubber te laten bestaan. Het onderdeel moet je er dan uit pulken via een gaatje.

De YP is op plaatsen waar het personeel op- en af moet klimmen voorzien van antislip materiaal. Het heeft een ruwe korrelstructuur en is groen-zwart van kleur. Voor het model is dit na gemaakt door een velletje waterproof schuurpapier aan de achterkant af te schuren. Eerst in de goede maat knippen en dan dus het papier wegschuren. Wat overblijft zijn de fijne zandkorreltjes van het schuurpapier. Het is niet erg als bij het schuren de randen iets beschadigen. In werkelijkheid wordt de pasta met een spatel aangebracht zodat de afwerking niet al te keurig is. Uit foto’s en uit ervaring blijkt dat de anti-sliplaag soms naar eigen inzicht door chauffeurs werd aangebracht. Voertuigen kunnen dus onderling verschillen! Een ander aardig hulpmiddel was het materiaal waarvan tubes zijn gemaakt. Je kunt het knippen in fijne onderdelen, het is goed te buigen en daarna vormvast. De beugels rond de koplampen, de scharnieren van de bemanningsluiken en het gereedschapsrek zijn er van gemaakt.
Beugels, bijvoorbeeld om de verlichting, bestaan uit gesoldeerd schelledraad. Na afloop al het overbodige soldeertin goed wegschuren. Alle stangetjes voorboren en lijmen met secondenlijm. Secondenlijm. ach ja secondenlijm, er zijn ten minste vier flesjes opgegaan aan dit model. Je kunt er alles mee lijmen. Na drogen (seconden) is het goed te schuren en vult het gaten.

Over het schilderen van modellen is al voldoende geschreven. Ik gebruik het liefste de verf van Tamiya. Het is altijd goed mat, eenvoudig schoon te maken en het zijn de correcte kleuren. In afwijking van de weathering technieken van Verlinden vind ik een zwarte wash met een lichtgroene drybrushing het mooiste.

Camouflagenetten zijn even simpel als effectief op een model. Neem en verbandgaasje. Knip het op maat en drenk het in een mengsel van witte houtlijm en water (1:5). Drapeer het net over je model. Na het drogen verf je het groen. Als de verf droog is maak je het geheel weer nat met je lijm mengsel. Strooi hier op de blaadjes uit een theezakje. Als dit is gedroogd geef je het geheel zwarte, bruine, donker groene en licht groene vlekken. Tot slot even drybrushen en klaar.
Antennes moeten ontbreken bij deze versie van de YP. Als ze er wel op hadden gemogen dan zou ik het groene ijzerdraad hebben gebruikt waarmee bloemisten corsages en bloemstukken maken. Het is keurig recht en overal even dik. Mocht je er een keer tegen aan stoten dan kan het worden recht gebogen. Om dit te voorkomen maak ik de antennes altijd getuid, dus naar beneden gebogen. De antennes die ik ken buigen alleen onderaan, bij de voet. Daarbij blijft de antenne zelf recht.
Tot slot moest de YP op een ondergrond worden geplaatst. Hiervoor ben ik in het voorjaar naar een stukje heidepad toegegaan dat ik wilde nabouwen. Daar heb ik wat foto’s gemaakt van de omgeving en van alle dingen die ik er vond wat meegenomen. Hiermee had ik een goede kleurenstaal van alles wat in het diorama moest terugkomen! Door natuurlijke materialen te gebruiken krijg je direkt betrouwbare kleuren in een ondergrond of diorama.

Deze artikelen zijn eerder gepubliceerd in nr 101 (april 1993) en 121 (augustus 1996) van DE TANK, het verenigingsblad van de Nederlandse vereniging voor schaalmodelbouwers van militaire voertuigen: TWENOT. Postbus 357, 8000 AJ Zwolle.

TERUG