Rookbuslanceerinrichting

De rookbuslanceerinrichting bestaat uit twee, overigens gelijke, groepen van drie lanceerlopen die voor aan de buitenzijde van de romp zijn gemonteerd. De kunststof lanceerlopen zijn met bajonetsluitingen aan de loophouders bevestigd. De rookbussen worden electrisch ontstoken. De lancering van de rookbussen geschied door het indrukken van een afvuurknop. De lanceerinrichting heeft twee afvuurknoppen, die geplaatst zijn op de afvuurschakelkast. En afvuurknop bedient drie lanceerlopen. Door beide afvuurknoppen in te drukken worden alle zes rookbussen gelanceerd. De afvuurknoppen zijn afgeschermd om ongecontroleerde lancering van de rookbussen te voorkomen.

Schootsafstand: 25 - 40 m
Afvuursysteem: elektrisch
Spreiding tussen de lanceerlopen onderling: 15
Spreiding van drie lanceerlopen: 30

Uit VS 7-440/4 1969

Bijschrift:

Technische Handleiding 3/5TH9-310/2 

 

Laden van de rookgranaten. Foto van Enno Decnop 1980 [ link ]

Een rookgordijn werd doorgaans gelegd door het voorste voertuig van een colonne op het moment dat er contact met de vijand ontstond. De rookgranaten werden allen tegelijk door de voertuigcommandant afgevuurd, de chauffeur kreeg opdracht achteruit te rijden en aan de pelotonscommandant werd het contact over de radio gemeld:  "... vijand op 12 uur, ik ga onder rook achterwaarts !" ~ plop ~ psssss ~

Fotocollectie Joop de Jong.

Op de kazerne n maal meegemaakt dat een chauffeur voor het Cie-gebouw de beide knopjes indrukte "om ze te testen" nadat de buizen voorafgaand aan een oefening met granaten waren geladen. Gelukkig werd er niemand geraakt. Er was wel een apparaatje beschikbaar waarmee de elektrische contacten in de buizen op de goede werking konden worden getest.

Foto's: Hugo Hoofwijk, Tony van Lin en Enno Decnop

undefined

De tester. Foto van Hans op Marktplaats.

TERUG